HET *BOEK DERPSALMEN

PSALM 60.

David victorie van God verkregen hebbende tegen zijn vijanden, vergelijkt tot Gods lof den vorigen ellendigen toestand des lands met den tegenwoordigen onder zijn koninkrijk; triomfeert over Gods bijstand en beloften, met bidden en vertrouwen van verdere vervulling tegen de rest zijner vijanden.

Dankgebed na overwinning
1

EEN 1gouden kleinood van David 2tot lering, voor den 3opperzangmeester, op 4Schuschan Eduth;

2

aAls hij gevochten had met de 5Syriërs van Mesopotámië en met de Syriërs van 6Zoba, en 7Joab 8wederkwam en de Edomieten 9sloeg in het Zoutdal, twaalfduizend.

3

O God, bGij hadt ons 10verstoten, Gij hadt ons gescheurd, Gij zijt toornig geweest; 11keer weder tot ons.

4

Gij hebt het land 12geschud, Gij hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.

5

Gij hebt Uw volk een 13harde zaak doen 14zien, Gij hebt ons gedrenkt met 15zwijmelwijn.

6

Maar 16nu hebt Gij dengenen die U vrezen, een 17banier gegeven, om die op te werpen, 18vanwege de waarheid. Sela.

7

c19Opdat Uw beminden zouden bevrijd worden, 20geef heil door Uw rechterhand en verhoor 21ons.

8

God heeft gesproken in Zijn 22heiligdom; dies zal ik van vreugde opspringen, ik zal 23Sichem delen, en het dal van 23Sukkoth zal ik afmeten.

9

Gilead is mijne en Manasse is mijne, en Efraïm is de 24sterkte mijns hoofds; Juda is mijn 25wetgever.

10

Moab is mijn 26waspot; op Edom zal ik mijn 27schoen werpen; 28juich over mij, o gij Palestina.

11

29Wie zal mij voeren in een 30vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

12

Zult Gij het niet zijn, o God, Die ons verstoten hadt, en niet uittoogt, o God, met onze heirkrachten?

13

Geef Gij ons hulp 31uit de benauwdheid, want des mensen 32heil is 33ijdelheid.

14

In God zullen wij 34kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden.