HET BOEKPREDIKERHET BOEK ECCLESIASTES, OFPREDIKER,IN HET HEBREEUWS GENAAMDKOHELETH

HOOFDSTUK 9.

De Prediker verhaalt enige dingen die zo den vromen als den goddelozen wedervaren, vs. 1, enz. Daarom oordeelt hij, dat het het best is dat men met vrolijkheid de gaven Gods geniete, 7. En naarstig zij in zijn beroep, 10. En dat men den uitgang Gode bevele, 11. Daarna leert hij dat den mens de tijd van zijn dood of ongeluk onbekend is, 12. Ten laatste roemt hij de wijsheid op het hoogste, 13.

Enerlei wedervaart allen
1

ZEKERLIJK, dit alles heb ik in mijn hart 1gelegd, opdat ik dit alles 2klaarlijk mocht verstaan, dat de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken 3in de hand Gods zijn; ook liefde, ook haat 4weet de mens niet uit al hetgeen dat voor 5zijn aangezicht is.

2

6Alle ding wedervaart7hun gelijk 8allen anderen; 9aenerlei wedervaart den rechtvaardige en den goddeloze, den goede en den reine, als den onreine; zo 10dien die offert, als dien die niet offert; gelijk den goede, alzo ook den zondaar; dien 11die zweert, gelijk als dien 12die den eed vreest.

3

13Dit is een kwaad onder alles wat onder de zon geschiedt, dat enerlei 14ding 15allen wedervaart, en dat ook het hart der mensenkinderen vol boosheid is en dat er 16in hun leven onzinnigheden zijn in hun hart; en 17daarna moeten zij naar de doden toe.18

4

19Want 20voor dengene die vergezelschapt is bij alle levenden, is er hoop (want een levende hond 21is beter dan een dode leeuw).

5

Want 22de levenden weten dat zij sterven zullen, maar de doden 23weten niet met al; zij 24hebben ook geen loon meer, maar hun gedachtenis 25is vergeten.

6

26Ook is alreeds hun liefde, ook hun haat, ook hun nijdigheid vergaan; en zij hebben geen deel meer 27in deze eeuw in alles wat onder de zon geschiedt.

7

28Ga dan heen, 29eet uw brood met vreugde en 29drink uw wijn 30met goeder harte; want 31God heeft alreeds een behagen aan uw werken.

8

32Laat uw klederen 33te allen tijde 34wit zijn, en laat op uw hoofd geen 35olie ontbreken.

9

36Geniet het leven met de vrouw die gij liefhebt, al de dagen 37uws ijdelen levens, 38welke God u gegeven heeft onder de zon, al uw ijdele dagen; want 39dit is uw deel in dit leven, en van uw arbeid dien gij arbeidt onder de zon.

10

40Alles 41wat uw hand vindt om te doen, 42doe dat met uw macht; want 43er is geen werk, noch 44verzinning, noch wetenschap, noch wijsheid in het graf, waar gij heen gaat.

Wijsheid is beter dan kracht
11

Ik keerde mij en zag onder de zon, dat 45de loop niet is der snellen, noch de strijd der helden, noch ook 46de spijze der wijzen, noch ook de rijkdom der verstandigen, noch ook de 47gunst der welwetenden, maar dat 48tijd en toeval al dezen wedervaart;

12

Dat ook de mens 49zijn tijd niet weet, gelijk de vissen die gevangen worden met 50het boze net, en gelijk de vogelkens die gevangen worden met den strik; gelijk die, alzo worden de kinderen der mensen verstrikt te bozer tijd, wanneer dezelve haastelijk over hen valt.

13

Ook heb ik onder de zon deze wijsheid gezien, en zij was groot 51bij mij:

14

Er was een kleine stad, en weinige lieden waren daarin; en een groot koning kwam tegen haar, en hij omsingelde haar en hij bouwde grote vastigheden tegen haar.

15

En men vond daar een armen wijzen man in, die de stad verloste door zijn wijsheid; 52maar geen mens gedacht denzelven armen man.

16

Toen zeide ik: bWijsheid is beter dan kracht, hoewel de wijsheid des armen veracht, en zijn woorden 53niet waren gehoord geweest.

17

De woorden der wijzen moeten 54in stilheid aangehoord worden, meer dan het geroep desgenen die over de zotten heerst.

18

De wijsheid is beter 55dan de krijgswapenen, maar een enig 56zondaar verderft veel goeds.