DE PROFEETJESAJA

HOOFDSTUK 61.

Christus geeft te kennen dat Hij gezalfd is, en waartoe, alsook wat al treffelijke weldaden Hij Zijn kerk bewijzen zou, vs. 1, enz. Hij spreekt ook wederom van de beroeping der heidenen, 5. Van de weldaden die God den Zijnen geven zal, 6. Vreugd der kerke Gods daaruit rijzende, 10.

Het jubeljaar der verlossing
1

DE1a Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de HEERE Mij 2gezalfd heeft, 3om een blijde boodschap te brengen 4den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden 5om te verbinden 6de gebrokenen van hart, om 7den gevangenen vrijheid 8uit te roepen, en 9den gebondenen opening der gevangenis;

2

10Om uit te roepen 11het jaar van het welbehagen des HEEREN, en 12den dag der wrake onzes Gods, om alle 13treurigen te troosten;

3

Om den treurigen 14Sions te beschikken dat hun gegeven worde 15sieraad voor 16as, 17vreugdeolie voor treurigheid, 18het gewaad des lofs voor een 19benauwden 20geest; opdat zij genaamd worden 21eikenbomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.

4

En zij zullen b22de oude verwoeste plaatsen bouwen, de vorige verstoringen wederoprichten, en de verwoeste steden vernieuwen, die verstoord waren 23van geslacht tot geslacht.

5

En 24uitlanders zullen staan en uw 25kudden 26weiden; en 27vreemden zullen 28uw akkerlieden en 28uw wijngaardeniers zijn.

6

Doch gijlieden zult 29cpriesters des HEEREN heten, 30men zal u dienaren onzes Gods noemen; 31gij zult het vermogen der heidenen eten en in hun 32heerlijkheid zult gij u roemen.

7

33Voor uw dubbele schaamte en schande 34zullen zij 35juichen over hun deel; daarom zullen 36zij 37in hun land erfelijk het dubbele bezitten, 38zij zullen eeuwige vreugde hebben.

8

Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat 39den roof in het brandoffer, en Ik zal geven dat 40hun werk in der waarheid zal zijn; en Ik zal een eeuwig verbond 41met hen maken.

9

42En hun zaad zal onder de heidenen bekend worden, en 43hun nakomelingen in het midden der volken; allen die hen zien zullen, 44zullen hen kennen, dat zij zijn een zaad dat de HEERE gezegend heeft.

10

45Ik ben zeer vrolijk in den HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God, want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, 46den mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan; gelijk een bruidegom zich met 47priesterlijk sieraad versiert, en als een bruid zich versiert met haar 48gereedschap.

11

Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof 49hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten, 50alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken.