HET HEILIG EVANGELIE,naar de beschrijving van*MARKUS

HOOFDSTUK 1.

1 De predicatie van het Evangelie begint met den dienst van Johannes, die in de woestijn doopt en predikt met groten toeloop. 9 Christus wordt van hem gedoopt, en uit den hemel betuigd te zijn de welgeliefde Zone Gods. 12 Wordt in de woestijn verzocht. 14 Predikt in Galilea. 16 En beroept Simon en Andreas. 19 Alsook Jakobus en Johannes. 21 Leert binnen Kapernaüm. 23 Werpt een onreinen geest uit. 29 Geneest de schoonmoeder van Petrus van de koorts. 32 En allerlei kranke en bezeten mensen. 35 Vertrekt in een woeste plaats om te bidden. 38 Gaat vandaar prediken in de naaste steden. 40 Reinigt een melaatse, denwelken Hij gebiedt te zwijgen en zich den priester te vertonen.

Johannes de Doper
1

HET 1 begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den Zone Gods.

2

Gelijk geschreven is 2in de Profeten: aZie, Ik zend Mijn 3engel voor 4Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.

3

bDe stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden 5recht.

4

cJohannes was dopende in de woestijn en predikende den doop 6der bekering tot vergeving der zonden.

5

dEn al het Joodse land ging tot hem uit en die van Jeruzalem; en werden allen van hem gedoopt in de rivier de Jordaan, belijdende hun zonden.

6

eEn 7Johannes was gekleed met kemelshaar, en met een lederen gordel om zijn lendenen, en at fsprinkhanen en 8wilden honing.

7

gEn hij predikte, zeggende: Na mij komt Die sterker is dan ik, Wien ik niet 9waardig ben nederbukkende den riem Zijner schoenen te ontbinden.

8

hIk heb ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen imet den Heiligen Geest.

Johannes doopt Jezus
9

En het geschiedde in diezelve dagen, dat Jezus kwam van 10Nazareth, gelegen in Galiléa, en werd van Johannes gedoopt in de Jordaan.

10

kEn terstond als hij uit het water opklom, zag 11hij de hemelen 12opengaan, en den Geest gelijk een duif 13op Hem nederdalen.

11

En er geschiedde een stem uit de hemelen: lGij zijt Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb.

De verzoeking in de woestijn
12

mEn terstond dreef Hem de 14Geest uit in de woestijn.

13

En Hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, 15verzocht van den satan; en was bij de wilde gedierten; en de engelen dienden Hem.

Het begin van Jezus' prediking
14

nEn nadat Johannes 16overgeleverd was, kwam Jezus in Galiléa, 17predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods,

15

En zeggende: De 18tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods nabijgekomen; obekeert u en gelooft het Evangelie.

De eerste discipelen
16

pEn wandelende bij de Galilese Zee, zag Hij 19Simon en Andréas, zijn broeder, werpende het net in de zee (want zij waren vissers).

17

En Jezus zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal maken dat gij 20vissers qder mensen zult worden.

18

rEn zij terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd.

19

sEn vandaar een weinig voortgegaan zijnde, zag Hij Jakobus, den zoon van Zebedéüs, en Johannes, zijn broeder, en dezelve in het schip hun netten vermakende.

20

En terstond riep Hij hen; en zij latende hun vader Zebedéüs in het schip met de huurlingen, zijn Hem nagevolgd.

De bezetene te Kapérnaüm
21

tEn zij kwamen binnen 21Kapérnaüm; en terstond op den 22sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij.

22

vEn zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen als 23macht hebbende, en niet als de schriftgeleerden.

23

xEn er was in hun synagoge een mens met een onreinen geest, en hij riep uit,

24

Zeggende: 24Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazaréner? Zijt Gij gekomen om ons te 25verderven? Ik ken U wie Gij zijt, 26namelijk de Heilige Gods.

25

En Jezus bestrafte hem, zeggende: 27Zwijg stil en ga uit van hem.

26

En de onreine geest hem 28scheurende, en roepende met een grote stem, ging uit van hem.

27

En zij werden allen verbaasd, zodat zij onder elkander vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook den onreinen geesten gebiedt en zij Hem gehoorzaam zijn?

28

En 29Zijn gerucht ging terstond uit in het gehele omliggende land van Galiléa.

De schoonmoeder van Petrus
29

yEn van stonden aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andréas, met Jakobus en Johannes.

30

En Simons 30vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.

31

En Hij tot haar gaande, vatte haar hand en richtte haar op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.

32

zAls het nu avond geworden was, toen de 31zon onderging, brachten zij tot Hem allen die kwalijk gesteld en van den duivel bezeten waren.

33

En de gehele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur.

34

En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren, en wierp vele duivelen uit, en 32liet den duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.

Prediking in geheel Galiléa
35

aEn des morgens vroeg, als het nog diep in den nacht was, opgestaan zijnde, ging Hij uit en ging heen in een 33woeste plaats ben bad aldaar.

36

En Simon en 34die met hem waren, zijn Hem nagevolgd.

37

En zij Hem gevonden hebbende, zeiden tot Hem: Zij zoeken U allen.

38

En Hij zeide tot hen: cLaat ons in de bijliggende 35vlekken gaan, opdat Ik ook daar predike; dwant daartoe ben Ik uitgegaan.

39

En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galiléa, en wierp de duivelen uit.

De reiniging van een melaatse
40

eEn tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem en vallende voor Hem op de knieën, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.

41

En Jezus met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit en raakte hem aan en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd.

42

En als Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid terstond van hem, en hij werd gereinigd.

43

En als Hij hem 36strengelijk verboden had, 37deed Hij hem terstond van Zich gaan;

44

En zeide tot hem: 38Zie dat gij niemand iets zegt; maar ga heen en vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging hetgeen fMozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.

45

Maar hij uitgegaan zijnde, begon 39vele dingen te verkondigen en 40dat woord te verbreiden, alzo dat 41Hij niet meer openbaarlijk 42in de stad kon komen, maar was buiten in de woeste plaatsen; en zij kwamen tot Hem van alle kanten.