HET *BOEK DERPSALMEN

PSALM 132.

Davids zorgvuldigheid belangende het brengen der ark binnen Jeruzalem, mitsgaders zijn gebed daarover gedaan, met verhaal van den eed en de beloften die God David en Zijn kerk gedaan heeft aangaande het eeuwig Koninkrijk van Christus.

De HEERE verkoos Sion
1

EEN 1 lied Hammaäloth.
2O HEERE, 3gedenk aan David, aan al zijn lijden;

2

Dat hij den HEERE gezworen heeft, 4den Machtige Jakobs 5gelofte gedaan heeft, zeggende:

3

a6Zo ik in de tent 7mijns huizes inga, zo ik op de koets 8van mijn bed klimme!

4

Zo ik mijn ogen 9slaap geve, mijn oogleden sluimering!

5

Totdat ik 10voor den HEERE 11een plaats 12gevonden zal hebben, 13woningen 14voor den Machtige Jakobs.

6

Zie, wij hebben 15van haar gehoord 16in Efratha; 17wij hebben haar gevonden in de velden van 18Jaär.

7

Wij zullen in 19Zijn woningen ingaan, wij zullen ons nederbuigen 20voor 21de voetbank Zijner voeten.

8

22Sta op, HEERE, 23tot Uw rust, 24Gij en de ark Uwer sterkte.

9

Dat Uw priesters 25bekleed worden met gerechtigheid, en dat 26Uw gunstgenoten juichen.

10

27Weer het aangezicht Uws 28gezalfden niet af, 29om Davids, Uws knechts wil.

11

De HEERE heeft David 30de waarheid gezworen, waarvan Hij niet wijken zal, bzeggende: 31Van de vrucht uws buiks zal 32Ik op uw troon zetten.

12

Indien uw zonen 33Mijn verbond zullen houden, en 34Mijn getuigenissen, die Ik hun leren zal, zo zullen ook hun zonen 35tot in eeuwigheid op uw troon zitten.

13

Want de HEERE heeft 36Sion verkoren, Hij heeft het begeerd tot Zijn woonplaats, zeggende:

14

cDit is Mijn rust tot in eeuwigheid, hier zal Ik wonen, want Ik heb 37ze begeerd.

15

Ik zal 38haar kost 39rijkelijk zegenen, haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.

16

En dhaar priesters zal Ik 40met heil bekleden, en 41haar gunstgenoten zullen 42zeer juichen.

17

e43Daar zal Ik David een hoorn doen uitspruiten; Ik heb 44Mijn gezalfde 45een lamp toegericht.

18

46Ik zal zijn vijanden 47met schaamte bekleden, maar op hem 48zal zijn kroon 49bloeien.