HET VIERDE BOEK VANMOZES,GENAAMDNUMERI

HOOFDSTUK 8.

Wetten rakende het aansteken der lampen op den kandelaar, vs. 1, enz. En de reiniging der Levieten, 5. Die in de plaats der eerstgeborenen worden gesteld en den priesters bijgevoegd om die te dienen, 16. Van den ouderdom in denwelken de Levieten in hun dienst treden moesten, en daaruit scheiden, 23. Met aanwijzing wat zij daarna doen moesten, 26.

Het aansteken der lampen
1

EN de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

2

Spreek tot Aäron en zeg tot hem: Als gij de lampen 1aansteken zult, a2recht tegenover den kandelaar zullen de zeven lampen lichten.

3

En Aäron deed alzo; tegenover vóór aan den kandelaar stak hij deszelfs lampen aan, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

4

Dit werk nu des kandelaars was 3van bdicht goud, tot zijn schacht, tot zijn bloemen was het dicht; naar 4de gedaante die de HEERE Mozes 5vertoond had, alzo had hij den kandelaar gemaakt.

De reiniging der Levieten
5

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

6

Neem de Levieten uit het midden der kinderen Israëls, en 6reinig hen.

7

En aldus zult gij hun doen om hen te reinigen: spreng op hen 7water der ontzondiging; en zij zullen het scheermes over hun ganse vlees doen gaan en zullen hun klederen wassen en zich reinigen.

8

Daarna zullen zij nemen een var, 8een jong rund, met zijn spijsoffer van meelbloem, met olie gemengd; en een anderen var, een jong rund, zult gij nemen ten zondoffer.

9

En gij zult de Levieten vóór de tent der samenkomst doen naderen; en gij zult de gehele vergadering der kinderen Israëls doen verzamelen.

10

Ja, gij zult de Levieten voor het aangezicht des HEEREN doen naderen; en 9de kinderen Israëls zullen hun handen op de Levieten leggen.

11

En Aäron zal de Levieten 10bewegen ten 11beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN, vanwege de kinderen Israëls; opdat zij zijn om den dienst des HEEREN te bedienen.

12

En de Levieten zullen hun handen op het hoofd der varren leggen; daarna, bereid gij een ten zondoffer en een ten brandoffer den HEERE, om over de Levieten verzoening te doen.

13

En gij zult de Levieten stellen voor het aangezicht van Aäron en voor het aangezicht zijner zonen, en gij zult hen bewegen ten beweegoffer den HEERE.

14

En gij zult de Levieten uit het midden van de kinderen Israëls uitscheiden, opdat de Levieten cMijne zijn.

15

En daarna zullen de Levieten inkomen om de tent der samenkomst te bedienen; 12en gij zult hen reinigen en zult hen ten beweegoffer bewegen.

16

Want zij zijn 13gegeven, zij zijn Mij gegeven uit het midden der kinderen Israëls; voor 14de opening van alle baarmoeder, voor de eerstgeborene van een ieder uit de kinderen Israëls heb Ik hen Mij genomen.

17

Want dalle eerstgeborene onder de kinderen Israëls is Mijne, onder de mensen en onder de beesten; ten dage dat Ik alle eerstgeboorte in Egypteland sloeg, heb Ik dezelve Mij geheiligd.

18

eEn Ik heb de Levieten genomen voor alle eerstgeborenen onder de kinderen Israëls,

19

En Ik heb de Levieten aan Aäron en aan zijn zonen 15tot een gift gegeven uit het midden van de kinderen Israëls, 16om den dienst der kinderen Israëls in de tent der samenkomst te bedienen, en om voor de kinderen Israëls verzoening te doen, dat er geen 17plaag zij onder de kinderen Israëls, als de kinderen Israëls tot het heiligdom 18naderen zouden.

20

En Mozes deed, en Aäron en de ganse vergadering der kinderen Israëls, aan de Levieten; naar alles wat de HEERE Mozes geboden had van de Levieten, zo deden de kinderen Israëls aan hen.

21

En de Levieten 19ontzondigden zich en wiesen hun klederen, en Aäron 20bewoog hen ten beweegoffer voor het aangezicht des HEEREN; en Aäron deed verzoening over hen om hen te reinigen.

22

En daarna kwamen de Levieten om hun dienst te bedienen in de tent der samenkomst, voor het aangezicht van Aäron en voor het aangezicht zijner zonen; gelijk als de HEERE Mozes van de Levieten geboden had, alzo deden zij aan hen.

23

En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

24

Dit is het wat de Levieten aangaat: 21van vijf en twintig jaar oud en daarboven zullen zij inkomen 22om den strijd te strijden in den dienst van de tent der samenkomst.

25

Maar van dat hij vijftig jaar oud is, zal hij van den strijd van dezen dienst afgaan, en hij zal niet meer dienen,

26

Doch zal hij met zijn 23broederen dienen in de tent der samenkomst 24om de wacht waar te nemen; maar den dienst zal hij niet bedienen. Alzo zult gij aan de Levieten doen in hun wachten.