HET *BOEK DERPSALMEN

PSALM 142.

David zijnde voor Saul gevlucht en zich in een spelonk verborgen hebbende, als zijn geest in hem overstelpt was, zo riep hij den Heere om hulp aan.

Gebed in de spelonk
1

EEN 1 onderwijzing van David, een gebed, 2als hij in de spelonk was.

2

Ik riep met mijn stem tot den HEERE, ik smeekte tot den HEERE met mijn stem.

3

Ik stortte mijn klacht uit voor Zijn aangezicht, ik gaf te kennen voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid.

4

aAls mijn geest in mij 3overstelpt was, zo hebt 4Gij mijn pad gekend. 5Zij hebben mij een strik 6verborgen op den weg dien ik gaan zou.

5

Ik zag uit ter rechterhand, en zie, zo was er niemand 7die mij kende, 8er was geen ontvlieden voor mij; niemand 9zorgde 10voor mijn ziel.

6

11Tot U riep ik, o HEERE; ik zeide: Gij zijt mijn Toevlucht, 12mijn bDeel in het land der levenden.

7

Let op mijn geschrei, want ik ben zeer 13uitgeteerd; cred mij van mijn vervolgers, want zij zijn machtiger dan ik.

8

Voer 14mijn ziel 15uit de gevangenis, om Uw Naam te loven; 16de rechtvaardigen zullen 17mij omringen, 18wanneer Gij wel bij mij zult gedaan hebben.