HET *BOEK DERPSALMEN

PSALM 111.

De profeet vermaant alle mensen met zijn voorbeeld, God te loven, verhalende de heerlijkheid Zijner werken, vermanende een iegelijk tot godsdienstigheid.

Gods wonderen en verlossing
1

HALLELUJAH. *Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. 1in den raad en vergadering der oprechten.

2

Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden 2gezocht 3van allen die er lust in hebben.

3

He. 4Zijn doen 5is majesteit en heerlijkheid; Vau. en Zijn gerechtigheid bestaat in der eeuwigheid.

4

Zain. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; Cheth. de HEERE is genadig en barmhartig.

5

Teth. Hij heeft dengenen die Hem vrezen, 6spijze gegeven; Jod. Hij gedenkt in der eeuwigheid 7aan Zijn verbond.

6

Caph. Hij heeft de kracht Zijner werken Zijn volk bekendgemaakt; Lamed. hun gevende 8de erve der heidenen.

7

Mem. De werken Zijner handen 9zijn waarheid en oordeel; Nun. al 10Zijn bevelen zijn getrouw.

8

Samech. Zij zijn 11ondersteund voor altoos en in eeuwigheid; Ain. zijnde gedaan in waarheid en oprechtheid.

9

Pe. Hij heeft Zijn volk verlossing gezonden; Tsade. Hij heeft Zijn verbond in 12eeuwigheid 13geboden; Koph. Zijn Naam is heilig en vreselijk.

10

Resch. De vreze des HEEREN is 14het beginsel der wijsheid; Schin. allen die 15ze doen, hebben goed verstand; Thau. 16Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.