DE PROFEETZACHARÍA

HOOFDSTUK 5.

Het zesde gezicht, van de vliegende rol, vs. 1, enz. En het zevende, van een vrouw in een efa zittende, 5, enz. Betekenende de straffen, die de Heere over Zijn ongehoorzaam volk brengen zou, en die Hij van Zijn boetvaardig volk op de vijanden Zijner kerk wilde wenden; en dat zij in eeuwigheid op dezelve blijven zouden.

De vliegende boekrol
1

EN 1 ik hief mijn ogen weder op en ik zag, en zie, 2een vliegende 3rol.

2

En 4Hij zeide tot mij: Wat ziet gij? En ik zeide: Ik zie een vliegende rol, 5welker lengte is van twintig ellen en haar breedte van tien ellen.

3

Toen zeide Hij tot mij: 6Dit is de vloek die uitgaan zal 7over het ganse land; want een iegelijk die steelt, zal 8vanhier volgens denzelven vloek 9uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk die 10valselijk zweert, zal vanhier volgens denzelven vloek uitgeroeid worden.

4

11Ik breng dezen vloek voort, spreekt de HEERE der heirscharen, dat hij kome 12in het huis van den dief, en in het huis desgenen die bij Mijn Naam 13valselijk zweert; en hij zal in het midden 14zijns huizes 15overnachten, en 16hij zal het verteren met zijn houten en zijn stenen.

De vrouw in de efa
5

En de Engel 17Die met mij sprak, ging 18uit, en zeide tot mij: Hef nu uw ogen op, en zie wat dit zij dat er 19voortkomt.

6

En ik zeide: Wat is dat? En Hij zeide: Dit is 20een efa, die voortkomt. Voorts zeide Hij: 21Dit is het oog over henlieden in het ganse land.

7

En zie, 22een plaat van lood 23werd opgeheven, en er was een vrouw, zittende in het midden der efa.

8

En Hij zeide: 24Deze is de goddeloosheid. 25En Hij wierp haar in het midden van de efa; en Hij wierp 26het loden gewicht op den mond 27derzelve.

9

En ik hief mijn ogen op en ik zag, en zie, 28twee vrouwen kwamen voort, en 29wind was in haar vleugelen, en zij hadden vleugelen als de vleugelen eens ooievaars; en zij voerden de efa tussen de aarde en tussen den hemel.

10

Toen zeide ik tot den Engel Die met mij sprak: Waarheen brengen zij deze efa?

11

En Hij zeide tot mij: 30Om haar een huis te bouwen 31in het land Sínear, dat zij daar gevestigd en gesteld worde op haar grondvesting.