HET *BOEK DERPSALMEN

PSALM 92.

De profeet leert allen mensen God loven vanwege Zijn grote werken, en vanwege Zijn rechtvaardigheid over de bozen en Zijn goedertierenheid over de godzaligen.


Een sabbatslied

1EEN1 psalm, een lied, 2op den sabbatdag.

1Zie Ps. 48:1.

2Of: voor den sabbat; dat is, gemaakt of beschreven om op den sabbatdag gezongen te worden.

2Het is goed dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste;

3Dat men in den morgenstond Uw goedertierenheid verkondige, en Uw 3getrouwheid 4in de nachten,

3Of: waarheid.

4Dat is, allen nacht, of nacht op nacht, verstaande bij den nacht den laten avond, die tegen den morgenstond wordt gesteld. Want naar Gods wet zijn in Zijn tabernakel of tempel gedaan geweest vroege en spade offeranden, met lofzangen en gebeden.

4Op het tiensnarig instrument en op de luit, 5met een voorbedacht lied op de harp.

5Anders: op higgajon. Zie de aant. Ps. 9 op vers 17.

5Want Gij hebt mij verblijd, HEERE, met Uw daden; ik zal juichen over de werken Uwer handen.

6O HEERE, hoe groot zijn Uw werken! 6Zeer diep zijn Uw gedachten.

6Dat is, de redenen Uws heimelijken raads zijn verborgen en onbegrijpelijk voor ons verstand.

7Een 7onvernuftig man weet er niet van; en een dwaas verstaat 8ditzelve niet,

7Dat is, een die in Gods Woord niet is onderwezen, noch van den Heiligen Geest verlicht. Zie Ps. 49 op vers 11.

8Te weten dat hier nu straks volgt, vers 8.

8Dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden.

99Maar Gij zijt de Allerhoogste, in eeuwigheid de HEERE.

9Anders: Maar Gij zijt hoogverheven, Gij zijt de HEERE in eeuwigheid. Zie Ps. 56 op vers 3.

10Want zie, Uw vijanden, o HEERE, want zie, Uw vijanden zullen vergaan; al de werkers der ongerechtigheid zullen verstrooid worden.

11Maar Gij zult mijn 10hoorn verhogen, gelijk 11eens eenhoorns; 12ik ben met 13verse olie overgoten.

10Van het woord hoorn zie de aant. Deut. 33 op vers 17.

11Zie Num. 23:22.

12Dat is, ik ben opnieuw gesterkt geworden. Anders: als ik zal oud geworden zijn, zult Gij mij zalven met verse olie.

13Hebr. groene.

12En 14mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen, 15mijn oren zullen het horen aangaande de boosdoeners die tegen mij opstaan.

14Zie dergelijke manier van spreken Ps. 22:18 en de aant. aldaar.

15Te weten, als God hen tot de welverdiende straf trekken en hun vergelden zal het kwaad dat zij mij gedaan hebben. Zie Ps. 91:8.

13De arechtvaardige zal groeien als 16een palmboom, hij zal wassen bals een cederboom op Libanon.

16Deze boom wast hoog en recht op, met schone groene takken. Ofschoon hij met gewicht of zwaarte nedergebogen wordt, zo groeit en bloeit hij evenwel; daarom is hij een teken of figuur van victorie, Openb. 7:9. Vgl. hiermede Ps. 52:10. Jer. 11:16.

a Hos. 14:6. b Richt. 9:15.

1417Die in het huis des HEEREN geplant zijn, 18dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.

17Dat is, die Christus door het ware geloof ingelijfd en ware lidmaten Zijner kerk zijn. Zie Rom. 6:5; 11:17.

18Hebr. die zullen zij doen groeien; dat is, van den Heere zal hun gegeven worden dat zij groeien en hoe langer hoe meer in het goede toenemen in Zijn gemeente, tot dewelke zij waarachtig behoren. Het is een manier van spreken genomen van de bloemen en kruiden, die men zorgvuldiglijk plant en koestert. Zie Ps. 1:3; 52:10.

15In 19den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn,

19Te weten als natuurlijk de krachten afnemen en verminderen, Ps. 71:9. Hebr. 11:11, 12. Hebr. In de grijsheid.

16Om te verkondigen dat de HEERE recht is; Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht.